In
die beginjaren, tot na de eeuwwisseling, werd er op DE VLIJT
hoofdzakelijk loongemalen. De belangrijkste granen waren rogge
(van rogge werd het zware roggebrood gebakken dat toen over
het algemeen gegeten werd), haver en gerst. Het vee was verder
de grootste afnemer van de maalprodukten van DE VLIJT.
Jan Hulshuizen hield het op zijn 53e al voor gezien en ging
rentenieren. Zijn broer Hendrik bemande de molen tot zijn
dood in 1915. Zijn weduwe verkocht de molen aan de Haarlemmer
Gerrit van Rijn. Deze mulder moest DE VLIJT vanwege zijn zwakke
gezondheid overdoen aan molenaar Chris van Veen uit Harskamp.
Dat was in 1924. In die tijd nam het aanbod van de boeren
uit de streek danig af. De molenaar moest zelfs zijn toevlucht
nemen tot de verkoop van veevoedergrondstoffen, stro en kunstmest.
Maar dankzij een familierelatie met een veevoederbedrijf kon
de molen toch ook blijven malen.